U bevindt zich hier: > index > kraambed > veel gestelde vragen > baby

Veel gestelde vragen - baby

Eindelijk is jullie kindje er. Soms kan de verzorging voor de baby voor wat onzekerheid zorgen. Wat kun je verwachten?

Navelstompje

Het navelstompje is vaak een spannend iets in het kraambed. Dit overblijfsel van de navelstreng ziet er soms raar uit. Je kraamverzorgster zal elke dag even kijken of het er goed uitziet (zij let bijvoorbeeld op tekenen van infectie), eventueel draait ze er een schoon steriel gaasje omheen om wondvocht op te kunnen vangen. Schoonmaken met alcohol is achterhaald en wordt normaliter niet meer geadviseerd. In het strengetje zelf zitten geen zenuwen, dus je baby heeft geen pijn (of enig ander gevoel) in dat stukje navelstreng. De bloedvaten die door de navelstreng lopen zijn vlak na de geboorte vanzelf gesloten. Het stompje zal dus niet meer gevoed worden, afsterven en uiteindelijk afvallen. Meestal gebeurt dit in de eerste levensweek, maar dit mag 14 dagen duren. Na het afvallen kan het naveltje nog een tijdje een oppervlakkig wondje vertonen, met korstjes en geel wondvocht of bloed. Ook hier hoef je niets aan te doen. Onder de korstjes zal zich nieuwe huid vormen. Bij veel bloederige korstjes of veel plakkerig wondvocht, kun je dit tijdens het badje met schoon water wat schoonwassen.

Geelzucht

De meeste kinderen gaan in meer of mindere mate geel zien in het kraambed. Dit komt doordat foetaal bloed sneller afgebroken wordt dan het "normale" bloed zoals kinderen het na de geboorte gaan aanmaken. Bij afbraak van bloed komt een gele kleurstof vrij die bilirubine heet. Een baby raakt deze kleurstof voornamelijk kwijt door hem uit te plassen of uit te poepen (de gele spuitpoep die borstgevoede kinderen hebben vanaf dag 3 of 4 in het kraambed, ziet niet voor niets zo geel!). De eerste dagen hoopt de kleurstof zich op in het babylijfje, doordat het plassen en poepen vaak nog niet goed op gang is. Hierdoor kan een kindje wat geel gaan zien. Dit begint vaak in het gezicht en kan zich ook over de rest van het lijfje uitspreiden. Op het moment dat een kind over het gehele lijfje geel ziet, of er twijfels zijn of het wel genoeg bilirubine kwijt raakt (je kindje poept bijvoorbeeld nog niet veel na 4 dagen, of wordt sloom en slaperig) kan het zijn dat de verloskundige besluit om bij de baby wat bloed te laten prikken. Hierin kan het gehalte van het bilirubine bepaald worden om te kijken of het binnen de normaalwaarden valt. Een klein percentage van de kinderen blijkt toch een te hoog bilirubinegehalte in het bloed te hebben en wordt doorgestuurd naar de kinderarts in het ziekenhuis. Vaak wordt daar de afvoer van de kleurstof bevorderd door lichttherapie. UV-straling stimuleert de afbraak van bilirubine, waardoor het sneller uitgeplast en vooral uitgepoept kan worden. UV-straling zit ook in daglicht, wat ervoor zorgt dat weleens geadviseerd wordt om kinderen overdag in een wiegje voor het raam te zetten. Als een kindje vanaf dag 1 regelmatig gevoed wordt met kunstvoeding of met borstvoeding (want ook daar zit al elke keer 10-20 ml voeding in de borst) komt het poepen vlot op gang en komt het gelukkig niet zo vaak zo ver.

Hielprikje

Alle pasgeborenen in Nederland krijgen in hun eerste levensweek een hielprik. Bij deze hielprik worden enkele druppels bloed afgenomen uit het hieltje van de baby. Dit bloed wordt onderzocht op drie aangeboren afwijkingen, die kunnen worden behandeld vóórdat er problemen ontstaan (wanneer ze tijdig worden ontdekt). Vandaar dat de hielprik vaak al op de 5e/7e dag wordt uitgevoerd. Het bloed van de hielprik wordt naar een laboratorium gestuurd en onderzocht. Als alles goed is, hoor je hier niets meer over. Soms wordt er getwijfeld aan de uitslag van de test of is er niet genoeg bloed afgenomen en is er een tweede hielprik nodig. Het bloed wordt onderzocht op een afwijking aan de schildklier (CHT), een stofwisselingsstoornis (PKU) en een erfelijke ziekte van de bijnier (AGS).


Verloskundigenpraktijk 't Noorden 3-mar-2005