U bevindt zich hier: >
index >
kraambed >
controles >
controles moeder
Controles bij moeder
Dagelijks worden door de kraamverzorgster of verloskundige een aantal controles uitgevoerd. Hieronder volgt wat nadere uitleg.
Controle van de baarmoeder
Iedere dag zal de stand van de baarmoeder worden gecontroleerd. Deze is in de zwangerschap flink gegroeid, maar moet
na de bevalling ook weer zakken totdat deze uiteindelijk weer terug achter het schaambeen verdwenen is. De stand wordt
uitgedrukt in navelhoog min het aantal vingers dat de baarmoeder onder de navel is, bijvoorbeeld N-3 betekent dat de
baarmoeder 3 vingers onder de navel is. Tijdens deze controle wordt ook gecontroleerd of de baarmoeder goed
samengetrokken is. Soms kun je dit zelf ook voelen als naweeën. Het is belangrijk dat je blaas goed leeg is, je moet
voor deze controle dus eerst geplast hebben. Een volle blaas kan de baarmoeder namelijk omhoog duwen en daarmee de
meting onbetrouwbaar maken. Ook kan het ervoor zorgen dat je baarmoeder week aanvoelt omdat deze niet kan samentrekken,
dit kan wat meer bloedverlies veroorzaken. Bij problemen wordt contact opgenomen met de verloskundige.
Controle van het vloeien
Het is normaal dat je de eerste dagen na de bevalling veel bloed verliest, dit wordt ook wel de kraamzuivering genoemd.
Dit bloedverlies komt doordat er een wond is ontstaan daar waar de moederkoek (placenta) in de baarmoeder vast zat.
Het vloeien kan wat ruimer zijn dan tijdens je menstruatie. Ook kan het zijn dat je stolsels verliest. Deze stolsels
kunnen soms erg groot zijn (als 2 vuisten bij elkaar). Dit is allemaal heel normaal. Door de naweeën die je na je
bevalling kunt hebben, trekt de baarmoeder samen waardoor het wondbed verkleind wordt en het vloeien vermindert. Na de
bevalling wordt gecontroleerd of het bloedverlies niet teveel is. De kraamverzorgster houdt in de gaten dat er geen
tekenen van infectie ontstaan, zoals ruikend bloedverlies, koorts en een week aanvoelende baarmoeder. De verloskundige
wordt gewaarschuwd als er bijzonderheden zijn.
Wanneer je normaal bevalt kan het zijn dat je wat ingescheurd of ingeknipt bent en er hechtingen nodig zijn. Het is
belangrijk om te controleren of de wond goed geneest. Dit geldt ook voor de wond van een keizersnede. De
kraamverzorgster controleert dit dagelijks. Verder is het belangrijk om te zorgen dat het wondgebied goed schoon blijft.
Spoel de eerste dagen alles goed schoon met de douchekop of bidon na het plassen. Zorg ervoor dat er lucht bij de wond
kan in plaats van een warm, broeiend kraamverband. Dit verband is warm en vochtig en kan een goede voedingsbodem zijn
voor bacteriën. Gebruik een celstof matje tijdens het rustuur of gedurende de nacht en laat je broekje en verband uit.
Hoewel de meeste hechtingen oplosbaar zijn, kan de verloskundige deze na ongeveer een week verwijderen. De hechtingen
zijn niet meer nodig voor het genezingsproces en kunnen juist gaan irriteren. Met name wanneer je veel last hebt van
de hechtingen kan het verlichting geven wanneer ze verwijderd zijn.
Controle van de borsten
Stuwing
Na de bevalling zal je lichaam zich gaan voorbereiden op het geven van borstvoeding. Ook wanneer je hebt gekozen voor het geven van
kunstvoeding zullen je borsten bepaalde ontwikkelingen doormaken. Het is heel normaal dat rond de 4de dag na de
bevalling je borsten voller en zwaarder aan gaan voelen. Dit wordt stuwing genoemd. Voor sommige vrouwen is dit erg
pijnlijk. Om klachten ten gevolge van stuwing te verminderen, kun je een stevige BH aantrekken (ook tijdens het douchen)
en je kunt je borsten koelen.
De verloskundige kan je verschillende adviezen geven om stuwingsklachten te verminderen.
Tepelkloven
Er wordt ook gelet op het ontstaan van tepelkloven. Deze kunnen ontstaan door het verkeerd aanleggen van je kindje
tijdens het voeden. De begeleiding bij borstvoeding is erop gericht tepelkloven te voorkomen.
Borstontsteking
Het is belangrijk dat je borsten goed soepel blijven. Je kan hiervoor zorgen door je borsten regelmatig te masseren
onder een warme douche en ervoor te zorgen dat de borsten goed leeggedronken worden door de baby. Ben alert op harde,
warme, rode of pijnlijke plekken op je borsten. In combinatie met hoge koorts kan dit op een borstontsteking wijzen.
Controle van temperatuur en polsslag
De kraamverzorgster meet dagelijks je temperatuur en polsslag.
Een hoge temperatuur en een snelle polsslag kunnen tekenen van een infectie zijn.
Verloskundigenpraktijk 't Noorden 22-feb-2005